Het onderzoek is uitgevoerd door: Menno Brouwer, Niek van Bruggen, Theo Lambers, Guido Ubaghs en Michiel Wennekers.
In dit onderzoek is een analyse uitgevoerd naar de mogelijkheden om meerwaarde te creëren uit groene reststromen, geproduceerd op land- en tuinbouwbedrijven in de regio Noord-Holland Noord. De inhoud van dit rapport bestaat uit:
1. Kwantificatie en kwalificatie van groene reststromen in de regio Noord-Holland Noord;
2. Inventarisatie van verwerkingstechnieken voor groene reststromen;
3. Kwantificering van economische rentabiliteit van twee product-markt combinaties.
De kwantitatieve gegevens van groene reststromen zijn verkregen door interviews af te nemen met producenten en verwerkers van groene reststromen in de regio Noord-Holland Noord. Een literatuurstudie heeft inzicht gegeven in de verschillende toepassingsmogelijkheden van groene reststromen. In de transitie van groene reststromen naar energie bleken naast bekende verwerkingstechnieken, zoals vergassen en vergisten, nieuwe ontwikkelingen plaats te vinden. Voorbeelden hiervan zijn:
- produceren van middellange vetzuurketens voor gebruik in bioplastics, biobrandstof en coatings;
- raffinage van groenteafval en vis tot voedselwaardige producten’
- raffinage van bollen en zaden om stoffen voor geneeskunde en industrie te extraheren,
- verwerken van houtachtige, vezelrijke reststromen (onderhoudsresten en tomaten paprikaplanten) tot biomaterialen,
- extraheren van nutriënten en eiwitten uit afvalwater, mest, GFT en vleesresten.
Met behulp van een 3-stappenplan is het totale aanbod reststromen gereduceerd tot vijf groene reststromen in stap 2, en twee product-marktcombinaties in stap 3. De belangrijkste criteria voor de eerste selectiestap waren de beschikbaarheid van de groene reststroom in de regio en de kwaliteit van de groene reststroom. In de tweede selectiestap was de toepassingsmogelijkheid de belangrijkste criteria.
Uiteindelijke is de economische haalbaarheid van twee verwerkingsprocessen geanalyseerd; De verwerking van stengels van de paprika- en tomatenplant uit de kas tot vezel- en spaanplaten, en de raffinage van klasse 3 tomaten uit de kas tot tomatensap, vezels en kleurstoffen. Beide reststromen bleken economisch rendabel verwerkt te kunnen worden tot concrete producten.